2 mei 2021: 5e Zondag van Pasen, Zondag van de Oosterse kerken, Opening Mariamaand

Handelingen 9,26-31 en Johannes 15,1-8, B-Jaar

VERKONDIGING

Uit de eigen, veelkleurige samenleving waar we deel van uitmaken en welke voortdurend zichtbaar is vooral hier in Tilburg-Noord wordt telkens weer duidelijk hoeveel mensen hun oorspronkelijke omgeving hebben verlaten. Weg uit hun land, uit de eigen biologische familiekring. Velen leven niet meer in de omgeving waar zij geboren zijn. Er zijn mensen die gevlucht zijn omwille van geweld en die proberen op een andere plek opnieuw wortel te schieten. Anderen zijn als kind door hun ouders weggegeven en groeien op in een ander land, in een nieuwe familie, in een andere cultuur.
Bestaansrecht hebben mensen vervreemd van elkaar en omwille van hard geld gaan (en moeten) mensen ergens anders wonen.

Veel mensen zijn om allerlei redenen ontworteld geraakt en als het ware verplant. Soms gaat dat gepaard met grote voorspoed, maar altijd blijft er – vroeg of laat – dan toch wat over van een hang of heimwee naar de plek waar de mens wortel heeft geschoten. Mensen die ontworteld zijn en geen wortel meer kunnen schieten, kunnen vreemde dingen doen. Al hebben bijvoorbeeld pleegkinderen nog zo’n goede en uitstekende pleegouders, veel adoptiekinderen willen vroeg of laat weten wie hun biologische ouders zijn. Ze zijn soms wanhopig op zoek naar hun wortels. Veel bekeken T.V. -programma’s als ‘Spoorloos’ getuigen hiervan. Wanneer een pleegkind in de armen valt van de biologische familie komt er rust en een gevoel van ‘eindelijk thuis’ zijn. Nu kan ik leven, nu kan ik vooruit met mijn leven. Het is verbonden met een verleden en vanaf nu kunnen we verder de toekomst tegemoet.
Ons leven is altijd verweven en verbonden met ons verleden. En die verbondenheid doet ons verlangen naar de toekomst, doet ons uitzien naar geluk en vrede.

Ook als gelovigen willen we thuiskomen, wortel schieten in die gemeenschap waar we ons gelovig thuis voelen. En elke geloofsgemeenschap heeft een eigen kleur, een eigen sfeer, karakter, aard, smaak, taal, een eigen nestgeur en manier van met elkaar omgaan. Dat moeten we koesteren en wat jammer als er dan van bovenaf wordt opgetreden zoals vorige week in Amersfoort, waar onze kardinaal katholieken heeft bevolen zich terug te trekken uit oecumenisch samenzijn. Kerk-zijn is geen eenheidsworst.

Jezus zegt ons vandaag in het evangelie dat Hij de wijnstok is, dat wij de ranken zijn en dat God degene is die voor dat geheel zorg draagt. En de vraag die dan rest luidt natuurlijk: Ja, maar – om maar een beetje in de druiventeelt te blijven – op welke manier ent ik eigenlijk mijn leven op die wijnstok, op die stam van Jezus? Het beeld van de wijnstok en de ranken gebruikt Jezus heel nadrukkelijk om de verbondenheid aan te geven tussen gelovigen en Jezus zelf, die de bron is waaruit wij leven. Verbonden met Jezus en met elkaar kan ons gelovig leven goede vruchten laten dragen. In deze dagen van Corona hoor je het zo vaak zeggen – en je voelt het ook – vieren via de computer of de TV is mooi en een goed middel, maar wat wordt de ontmoeting met de anderen toch gemist.

Een Christen moet te kennen zijn ook en vooral aan zichtbare betrokkenheid op de ander. Een christen moet te kennen zijn aan zijn vruchten. Voor ons als christenen dient dan ook de vraag voortdurend te gelden: ‘hoe kunnen wij groeien in die verbondenheid met Jezus en met elkaar?’ En ik denk dat flarden van antwoorden liggen in de sfeer van een proberen om zijn spoor voortdurend te vinden en te volgen, een proberen om regelmatig woorden uit het evangelie tot ons te laten komen. Dan kunnen we er achter komen dat zijn manier van leven getekend wordt door een grote eenvoud en een sterke bekommernis voor al wie klein en kwetsbaar is. Zo’n houding, zo’n pogen maakt ons als christen zeker niet per definitie beter dan iemand die niet in God gelooft en niet in de voetsporen van Jezus wil gaan. Maar het maakt ons wel anders.

Om het als leerlingen van Jezus vol te houden en goede vruchten voort te brengen moet je met Christus en zijn gemeenschap verbonden blijven en trouw blijven aan je wortels. De wijnstok is het beeld van nieuwe menselijke verhoudingen. Er ontstaat een familieband, dat niet afhangt van, of gedomineerd wordt door bloed, ras en bodem, maar door de herkenning over en weer dat wij leven uit dezelfde bron. Zoals de ranken niet alleen met de wijnstok zijn verbonden, maar ook door middel van de wijnstok met elkaar, zo zijn wij – leerlingen en bondgenoten van Jezus – net alleen met hem verbonden, maar ook – door hem – met elkaar. We hebben een leven lang om te kunnen leven als volle zware trossen die zachtjes buigend en wiegend vertellen van de zorg en bekommernis van de Eeuwige.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne