17 en 18 augustus 2019: 20e Zondag door het jaar
Jeremia 38,4-10 en Lucas 12,49-53, C-Jaar
VERKONDIGING
Het zal niemand verbazen als ik stel dat iedereen die een leidinggevende functie bekleed voorstanders en tegenstanders kent. Dat geldt in allerlei maatschappelijke verbanden en de kerk vormt daarop zeker geen uitzondering. En zo’n situatie kent zeker ook goede kanten. Het is goed om mensen om je heen te hebben die je steunen, maar het is ook goed dat er mensen zijn die kritisch tegenover je staan. Ze houden je immers soepel en bij de tijd. Als iedereen het met je eens zou zijn, als een hele bevolking kritiekloos achter zijn leider aanloopt, dan is er iets niet goed.
De media zorgen ervoor dat we dagelijks geconfronteerd worden met onenigheid tussen partijen op heel wat plaatsen op de wereld. En zo’n onenigheid wordt maar al te vaak uitgevochten in soms bloedige oorlogshandelingen. Soms mogen we ook constateren dat elkaar bestrijdende partijen, die tot voor kort tegenstanders van elkaar waren, zover komen dat ze een vredesakkoord ondertekenen. Vijanden of tegenstanders, die niet meer tegenover elkaar staan maar vrienden worden. Eindelijk vrede zou je dan denken, maar menigmaal zit er ook een addertje onder: De gevechten kunnen zo weer oplaaien en helaas kennen we die realiteit.
Het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig van de vorige eeuw wilde het oude geloofsgoed met nieuwe woorden en beelden bij de tijd brengen. Men wilde de oude, vaak nietszeggende en vaste kerkstructuren loskrijgen, weer in beweging krijgen. Graag geloven en dat geloof beleven met het elan, met het vuur en de geestkracht van het beginnende christendom. Met een grote kerkvergadering zette paus Johannes XXIII de ramen open. Er stak direct een frisse wind op van openheid en creativiteit. Maar zeker niet iedereen was even blij met die nieuwe begeestering. Sommigen vroegen zich met angst en beven af of niet te veel van het traditiegoed me de wind van de vernieuwing zou verwaaien en daarmee helemaal zou verdwijnen. Een ontwikkeling welke laat zien dat wat eenheid had moeten bewerken en opleveren, tegelijkertijd zorgde voor groeiende verdeeldheid.
De eerste lezing liet ons weten dat de woorden die Jeremia namens God spreekt niet bij iedereen in goede aarde vallen. Hooggeplaatste personen vertrouwen het niet en weten de koning te overtuigen om hem het zwijgen op te leggen, monddood maken. Een vreemdeling trekt zich het lot aan van Jeremia. Blijkbaar heeft hij immers niet alleen tegenstanders maar ook medestanders.
Welke woorden Jeremia gesproken heeft, weten we niet uit de eerste lezing, maar we kennen wel de woorden die Jezus spreekt: ‘Ik ben geen vrede komen brengen. Vuur ben ik komen brengen op aarde’. Woorden kunnen opbeuren, in vuur en vlam zetten, begeesteren en ons enthousiast maken voor een nieuw perspectief. Jezus wilde graag het vuur van de liefde doen oplaaien. Woorden kunnen ook neerdrukkend zijn, doen wegkwijnen, verbranden en te gronde richten. Jezus zag dan ook dat zijn gelovig handelen niet bij iedereen in de smaak viel.
Bij Gods zorgenkinderen was Jezus welkom. Hij beurde hen op. Bij een ander deel van de bevolking, de hoeders van de traditie, van wetten en regels was Jezus niet welkom. Jezus was er zich terdege van bewust dat spreken en handelen in naam van God in elke tijd weerstand en weerklank oproept. Beiden: het vuur dat verbrandt en het vuur dat enthousiast maakt, horen bij de weg die Jezus moest gaan en bij de weg die ieder van ons in het leven moet gaan. Dat we iets van teleurstelling horen in de woorden van Jezus is normaal, maar ook horen we zijn vastberadenheid.
Over zo’n tegenstelling kunnen profeten van toen en van vandaag meespreken. Profeten, mensen die eerlijk zeggen wat er aan de hand is en die wegen wijzen naar vernieuwing, mensen met nieuwe toekomstbeelden en oplossingen voor nieuwe vraagstukken, roepen tegelijk weerstand op en kennen medestanders. De huidige klimaatproblemen zijn een duidelijk voorbeeld. We ervaren de grote klimaatveranderingen. De een zegt dat het wel mee zal vallen en de ander roept dat er snel maatregelen genomen moeten worden.
Vandaag horen we Jezus duidelijk taal spreken: Hij zegt wat fout is, ook al stuiten zijn woorden op verzet. Jezus doet goed aan kleine mensen ook al weet hij dat zijn daden bij een groep niet in de smaak vallen. Verdeeldheid is onvermijdelijk om tot eenheid en ware vrede te komen.
Een verhaal voor onze eigen geloofsgemeenschap: We zijn onderweg, op zoek naar een andere nieuwe vorm van parochie-zijn. En ook hier worden nieuwe ideeën ingebracht, besproken en bevochten. Dat is geen slecht teken, het is een teken van leven: er is vuur. Laat er daarom gesprek zijn, mening tegenover mening, en zo: ruimte voor iedereen.
Amen.
Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne

