16 mei 2021: 7e zondag van Pasen
Handelingen 1,15-17.20a.20c-26 en Johannes 17,11b-19
VERKONDIGING
Lezen we vanochtend in de Handelingen der apostelen en horen wij Petrus spreken tot de menigte. Hij neemt het initiatief terwijl hij ook degene was die in de binnenplaats van het paleis van de Hogepriester de haan 3x liet kraaien. Deze man staat nu recht op en spreekt de mensen aan om weer te komen tot een volledig 12-tal. 12 stammen van het volk Israël 12 Vrienden van Jezus. Judas was uit de rij gevallen en werd vervangen door Matthias. Het 12-tal was compleet ze konden verder, zich klaarmaken voorde komst van de Geest.
In het Evangelie van Johannes mogen wij getuigen zijn van het gebed wat Jezus richt tot zijn vader. Hij bidt. Spreekt tot zijn vader, vraagt zorg voor zijn vrienden. Een mooi gebed, een mooie inkijk hoe Jezus begaan is met zijn vrienden. Hij wil het beste voor hen. Hij wil graag dat ze onder de bescherming van zijn vader de waarheid kunnen laten zien aan de wereld.
Mooi als een mens, de zoon van God, dat vraagt.
Staan voor het woord van God. Staan in verbondenheid. Staan in eenheid!
Zoals families staan rond een sterfbed van een ouder en waar de stervende met de laatste kracht uitspreekt dat ze verbonden moeten blijven. Soms een opdracht die niet haalbaar is maar altijd een opdracht waar aan gewerkt moet en kan worden.
De broers en zussen van dat gezin moeten zich dan weer opnieuw richten naar elkaar. Hoge muren moeten verlaagd worden, schoorvoetend kunnen handen uitgestoken worden, mogen misschien elkaar weer aanraken, ruiken weer die oude familie geur. Ons moeder heeft het gevraagd, we moeten het proberen. Een opdracht.
De vrienden van Jezus zijn ook zo samen. Hij heeft afscheid genomen en er staat iets te gebeuren. De straat is nog niet veilig dus blijven we binnen. Vertellen elkaar opnieuw de verhalen van Jezus, vertellen over de lessen die ze van Hem hebben gekregen. Over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Voor aardse mensen bijna niet te vatten maar zij hebben het meegemaakt. Samen met Maria de moeder van Jezus, samen met Maria Magdalena. Zij waren erbij, zij hebben het woord horen verkondigen, hebben brood en wijn gedeeld, waren getuigen van de kruisdood, hebben Hem zien opstijgen naar de Hemel. En getuigen van deze verhalen als een eenheid. Wij, de vrienden van Jezus, zijn leerlingen.
En dan wij hier. Kleine gelovige mensen. Mensen die groot gebracht zijn met verhalen. Verteld door onze ouders, door leerkrachten, door priesters van de kerk.
Verhalenvertellers die het ook maar via overlevering hebben gekregen. Dat oude boek, geschreven in een oude tijd, vertaald en vertaald en eindelijk beschikbaar in onze eigen taal. Het duurde nog lang voordat wij er zelf in begonnen te lezen.
En toch blijven we de verhalen vertellen. Ieder van u heeft uw eigen voorkeur verhalen of herinneringen aan bijzondere verhalen uit dat oude boek. Iedere jaar opnieuw vertellen wij, aan iedereen die het maar horen wil, het verhaal van “toen Quirinius landvoogd van Syrië was” of het verhaal van de tuin van Getsemane. “Kunt u niet één nacht met mij waken?”
Het kunnen hele verschillende verhalen zijn die zo bij ons boven komen maar het gaat omdat wat er onder zit. Wij zijn verbonden door dat grote goed. Wij zijn kinderen die een toekomst zijn aangezegd. Wij weten dat wij geschreven staan in de palm van zijn hand. Dit is geen kennis van het hoofd maar kennis van het hart. Geloven moeten wij met ons hart doen. Zo kunnen wij leerlingen nee, vrienden van Jezus zijn.
In verbondenheid mogen wij verschillend zijn, mogen wij kinderen zijn die samen verder trekken. Die weten dat die erfenis van onze Vader, van onze Moeder een goede erfenis is. Een rijkdom waar wij een leven mee vooruit kunnen.
Delen wij nog van deze rijkdom? Geven wij onze wijsheid door aan onze kinderen en kleinkinderen. Zijn er nog leerkrachten die verhalen vertellen, zijn er nog priesters die ons meenemen in dat grote verhaal?
De noveen van Pinksteren is begonnen. Gisteren hebben wij de kaars ontstoken zoals hij hier staat op het altaar. Een kaars van Licht en Warmte, een kaars die onze roep, ons gebed ondersteunt. Dat die Geest van Pinksteren mag komen, dat wij gevuld mogen zijn. Dat wij weer mensen van woord en daad mogen zijn. Dat wij, zichtbaar, vrienden van die Jezus zijn.
Een van Geest, een van Hart, samen op weg naar die God van ons mensen!
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

