13-06-2021: 11e zondag door het jaar

Ezechiël 17,22-24 en Marcus 4,26-34, B-Jaar

VERKONDIGING

“Kan een vrouw het kind vergeten dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit”, zegt God in Jesaja 49,15

Beste Zusters en Broeders in Jezus Christus,

De eerste lezing van vandaag moeten we situeren in de periode tegen het einde van de ballingschap, ongeveer 594 vóór Christus. De profeet Ezechiël, een priester, werkte onder de joodse ballingen en was er getuige van dat een kleine gemeenschap van het Joodse volk terugkeerde uit de ballingschap.
Zij leefden ver van hun geboorteland. Ze konden niet meer naar de tempel in Jeruzalem. Het was alsof God hen in de steek gelaten had. En dan komt Ezechiël met zijn prachtige verhaal dat God een twijgje van de ceder neemt en plant, dat uitgroeit tot een boom waarin allerlei vogels kunnen nestelen.
De gelijkenis over een twijgje van een hoge ceder dat het begin van iets nieuws is, is bedoeld om te verduidelijken dat God na de ballingschap een nieuw begin met de Israëlieten wil maken.

Dat twijgje symboliseert de kleine joodse gemeenschap die na terugkeer uit de ballingschap een aanzet zal vormen voor een nieuw begin. Met nadruk wordt gesteld dat het gaat om een initiatief van God dat veel indruk zal maken omdat het kleine twijgje zal uitgroeien tot een krachtige nieuwe ceder. Met de woorden alle soorten vogels wordt verwezen naar de niet-Israëlieten die zich eens thuis kunnen voelen in Israël. Hiermee bedoelt Ezechiël dat God zelf zal komen om ons te redden uit de impasse waarin we als volk terecht zijn gekomen.

In het evangelieverhaal van Marcus, in het jaar 64 na Christus, voelden de leerlingen van Jezus zich soms in de steek gelaten door God omdat ze Jezus kwijt waren en alleen stonden als volgelingen van die te vroeg gestorvene en zelfs vervolgingen meemaakten.
Daarom stelde Marcus, de verhalen over het mosterdzaadje dat ontkiemt en uitgroeit tot een grote struik waarin allerlei vogels een schuilplaats vinden. Het lijkt op het verhaal van de eerste lezing en het heeft ook dezelfde bedoeling: de mensen moed in te spreken. God werkt wel, ook al merk je het niet altijd meteen.

En nu naar vandaag, naar onze tijd, want dat is toch de bedoeling van die lezingen dat we er ons eigen verhaal van maken. Zitten ook wij niet vol vragen over Gods aanwezigheid en zijn werkzaamheid in de wereld van vandaag?
Waar is God nu er zoveel mensen doodgaan aan corona?
Waar is God voor de vluchtelingen?
Waar was God bij de ramp met de MH17?
En waar is God bij de ongelukkige momenten in ons leven?
Als je dat allemaal door je heen laat gaan, blijkt onze situatie van nu heel goed te vergelijken met de situaties die we tegenkwamen in de beide lezingen van vandaag.
Voelen we ons misschien in de steek gelaten, ver van de tastbare aanwezigheid van God in ons midden? Waar is God? Wanneer komt dat beloofde Koninkrijk?

Wij mogen vandaag troost putten uit die verhalen van vroeger. God neemt een twijgje van de omgevallen ceder, en plant het, zodat het een grote boom wordt.
Het Koninkrijk is als een mosterdzaadje, wel klein, maar het wordt een grote struik.
De groei van het Godsrijk zien wij niet maar het komt van God en eens zal het tot volle wasdom komen. God heeft de tijd en werkt in stilte. Wij mogen daarom leven in een rustig vertrouwen, ondanks alle problemen en mislukkingen.

27 Jaar zat Nelson Mandela gevangen, vanwege het apartheidsregime in Zuid – Afrika. Maar diezelfde Nelson Mandela kwam vrij en werd zelfs president van dat grote land. Wie had dat ooit kunnen denken. Heeft God gedurende die 27 jaar dat Nelson Mandela gevangen zat, niet gewerkt? Natuurlijk wel!

En hoe is dat in ons eigen leven? Zien we ook daar niet af en toe dat God werkzaam is, in stilte?
Je dacht dat je er onder door zou gaan na dat pijnlijke verlies.
Je dacht dat je het niet zou redden, maar er kwam redding; er daagde weer licht in de duisternis.
Betekenen die verhalen uit het verleden dat je alleen maar moet afwachten?
Alles heeft zijn tijd en waarde: het wachten, het uithouden, het uitzitten, maar evenzeer het opstaan en het handelen.

Nu moeten wij mijn openingswoorden van deze preek herinneren: dat een moeder haar kind zou kunnen vergeten maar God vergeet ons nooit.

Beste Zusters en Broeders in Jezus Christus,

De lezingen zetten ons aan tot bescheidenheid, een klein geloof in God. Het begint allemaal heel klein als een mosterdzaadje. Onooglijk klein, maar er kan een flinke struik uit groeien. Het kan lang duren voordat het zover is en het vraagt veel geduld.

God wil met deze gelijkenissen duidelijk maken hoe het Koninkrijk van God werkt. Het heeft te maken met zaken die wij kunnen doen en met zaken die wij niet hoeven te doen.
Eerst beginnen en dan geloven dat onze kleine gebaren van goedheid: ons bescheiden gebed, onze welgemeende vredeswens, een meelevend woord, een glimlach en uiteraard onze diaconale activiteiten in de kerk zijn tekenen van Godsrijk.
Laten wij dit proberen en bidden voor Gods zegen en genade.
Amen.

Arockiadoss o.praem.