11 juli 2021: 15e Zondag door het jaar

Amos 7,12-15 en Marcus 6,7-13, B-Jaar

VERKONDIGING

“Gods stem – de Opdracht”

In de oude woorden van de profeet Amos horen wij dat hij een waarschuwing krijgt om weg te gaan. Ga naar Juda, het andere land, ga weg! Ga het daar maar vertellen. Wees daar maar de profeet. En Amos zegt wat er met hem is gebeurd. Hij is geroepen door de Heer. Heeft de stem verstaan, heeft het vee achter zich gelaten en is gegaan. Amos spreekt de mensen, vertelt de verhalen van God de Vader. In zijn tijd vertelt hij afschuwelijke verhalen over wat er staat te gebeuren met het volk Israël. Amos spaart niets. Het zijn niet zijn woorden maar de woorden van zijn God. Zijn ze te verstaan?

In de woorden van Marcus lezen we dat Jezus zijn leerlingen op weg stuurt. Ze zijn al tijden getuigen van zijn kracht, van zijn woorden, van zijn verhaal. Het verhaal over God zijn vader, verhalen over het Koninkrijk, over wat hij doet in het dagelijkse leven. Legt handen op aan mensen die ziek of dood zijn. Beheerst de natuur, laat wind gaan liggen, kalmeert de golven in het water. Loopt over het water naar hen toe. Vertelt verhalen die haast voor visserszonen niet te begrijpen zijn. En dan, en dan stuurt Hij ze weg. Stuurt ze de wereld in, geeft ze een opdracht, laat ze werken in de gemeenschappen om hen heen. Ze gaan. Ze nemen Gods woord mee overal waar ze gaan.

Gods stem verstaan. Een uitdaging in die vroege tijd voor de geboorte van Christus, voor de mensen rondom Jezus, voor ons nu in deze tijd. Gods stem verstaan. Met onze oren, met ons hoofd of met ons hart. Wie kan in deze tijd nog de handen opleggen en mensen genezen, wie kan mensen genezen van onreine geesten? Wie heeft geen woorden nodig maar kan het laten zien? Wie heeft een hart dat daar voor open staat?

Afgelopen zaterdag hebben wij in de Den Bosch een pelgrimstocht met Maria gehouden. 180 Pelgrimgangers gingen op weg. Kinderen en volwassenen samen op weg door die stad die tot leven kwam. De stadsmensen van Den Bosch keken wat verbaasd. Wat trekt er nu weer door de stad. ‘T is iets van de kerk want er lopen veel van die mannen met zo’n wit boordje en de bisschop loopt ook op straat. Wat zou de kerk nu weer aan het doen zijn? De pelgrimgangers trokken door de stad. Op weg naar opdrachten naar werkwinkels (workshops). Bij de een kon je kleuren, bij een ander praten, bij weer een ander kreeg je uitleg. Alle zaken gingen over Maria, de Zoete Lieve Moeder van Den Bosch.

Ik mocht daar ook staan om met de pelgrimgangers stil staan bij een afbeelding van Maria die knopen ontwart. Onze Paus schijnt onder de indruk te zijn van dit schilderij.
Iedereen kreeg een touwtje, knopen vrij. Hoeveel knopen komen er per dag wel in ons touwtje. Elke keer als wij iets niet goed doen, of als wij een ander te kort doen. Als wij geen “goede” mensen zijn. De meeste knopen kunnen wij zelf weer eruit halen door goed gedrag te vertonen naar diegene die wij tekort gedaan hebben. Maar die knopen die blijven zitten. Die wij zelf niet meer kunnen eruit halen . Daar hebben wij hulp bij nodig.
hulp die wij kunnen vinden bij onze God maar ook bij die Moeder van alle tijden, Maria.

Kunnen wij Gods stem verstaan? Horen wij Maria spreken?

Een kind vroeg aan mij: “Maar hoe kan ik dan met Maria praten?”
Heerlijk zo’n vraag. Daar kunnen wij iets mee.
Daar stonden wij dan midden in Den Bosch op een zaterdagochtend. Mensen van Maria die samen dat kleine gebed hardop uitspraken. Wees gegroet Maria en het ging door. Met volle woorden of prevelend, Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus de vrucht van Uw schoot. Groot en Klein samen met die woorden. Er gebeurde iets in Den Bosch. De wereld ging door en wij waren er een onderdeel van. God was absoluut aanwezig, zijn stem was hoorbaar in het kleine.
En met een nieuwe sticker op zak gingen de pelgrimgangers verder, op weg naar een nieuwe opdracht, naar een nieuwe ontmoeting met Maria.

‘s Middags was ik op weg naar de St. Jan voor de gemeenschappelijke Eucharistieviering. Was niet meer zo nodig. Gods stem had ik al mogen horen. Had ik al mogen zien in de ogen om mij heen. Ontmoetingen met mensen, op een harde stenen bank van hart tot hart spreken. Dat kan niet anders als wanneer je door die God van mensen gezonden bent.
We mogen het nemen, het is ons gegeven. Wij zijn Godsmensen.

Luister maar!

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen