10 en 11 augustus 2019: 19e Zondag door het jaar
Wijdheid 18,6-9 en Lucas 12,32-48, C-Jaar
VERKONDIGING
“Het is ons gegeven”
30 jaar geleden zongen wij in de Driekoningenkerk: “Geef ons wat olie in onze lampen want anders zijn onze lampen bijna uit”. Dit is de eerste gedachte die bij mij bovenkomt na het lezen van de lezingen van vandaag. Wij mensen zijn al gevulde mensen.
Ogenschijnlijk gaat het in onze lezingen over iets anders. Over klaar staan, over paraatheid. Oude verhalen geschreven in een verwachting dat de Heer ieder moment zou terugkeren. Dat de Verlosser zichtbaar zou zijn voor alle mensen. Dat Hij zou oordelen goed en slecht, dat eeuwig leven er zou zijn. En daarom moest iedereen klaar staan, alert, waakzaam. Hij kan komen, ieder moment van de dag.
Maar wij leven net als de Christenen van het eerste uur nog steeds in de verwachting. De verwachting dat die Messias terug keert op onze aarde. Bibliotheken zijn er volgeschreven over hoe dat zou zijn, Als Hij komt.
Wachten op dat wat komen gaat, kan altijd maar tegelijkertijd verliezen we het moment van leven nu en iedere dag van ons leven. Zonde zou je in mensentaal zeggen. Niet dat je iets verkeerd doet maar meer jammer dat je iets laat liggen.
Wij zijn mensen die gevuld zijn, wij zijn Godsmensen. Wij zijn kinderen van die ene God. Die God van Abraham van Isaak van Jacob. Die God van mijn vader en moeder, van mijn grootouders, misschien de God van mijn kinderen en kleinkinderen.
Een God die er is. Die ons geven is.
Klinkt zo eenvoudig, de God die ons gegeven is.
30 Jaar geleden zaten onze parochiekerken vol. Vol met mensen. Mensen die elkaar kenden, mensen die actief waren in hun kerk. Mensen van het Maria Legioen of van Pax Christi, mensen van het onderhoud van het kerkhof of zij die liturgie wilden maken. Mensen van de kerk samen op weg. Mensen die regelmatig olie kregen voor hun lampen en daardoor door konden gaan met dat wat goed was. De vanzelfsprekendheid was vanzelfsprekend.
En voor u en mij is dat nog steeds zo. Wij worden gevuld met verse olie en blijven getuigen van die God, die is. Maar voor de wereld om ons heen is het echt anders geworden. Alsof die God van ons niet meer zichtbaar is, alsof die Vader Moeder God van mensen uit ons mensen is weggegaan. En dan kunnen we ook roepen, schreeuwen: “Waar ben je God?” als er weer een drama plaats vindt in de wereld. Als ik een kind op TV zie waar geen ouders zijn, dat kwetsbaar alleen op straat leeft, zonder iemand die van haar onvoorwaardelijk houdt.
Waar ben je God is een vraag die niet vreemd lijkt te zijn. Waar ben je God als de wereld instort door water of door beving. Waar ben je God als er toch iets boven Groningen gaat. Waar ben je God als goede mensen in mensentermen te vroeg doodgaan. Waar ben je?
Dan terug naar de lezingen van vandaag. Wij gelovige mensen weten dat God er is! In elke cel van ons zijn is opgeslagen dat die God van mensen er is. Twijfel is niet nodig. Wij weten het! Wij kunnen gaan staan. Op twee voeten goed verankerd en doorademen. Voelen dat die Geest van leven in ons is.
Wij mogen levende getuigen zijn, kinderen van die ene God. Wij mogen stralen.
Een opdracht ligt erin besloten. Wij mogen anderen uitnodigen om hun hart te openen en weer te kunnen voelen van die aanwezige God. Een rijkdom. Een God van Liefde kan niet verantwoordelijk zijn voor zaken die door mensen worden misdaan. Een God van Liefde roept ons juist op om te gaan staan. Om te doen. Kleine dingen. Van mens tot mens. Zodat die ander weet, het is goed.
Ach Heer geef ons wat olie in onze lampen, zeggen wij dan als gelovige mensen.
Hij vult met liefde bij.
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

